17 maart 2019

Bram werd geïnterviewd door De Juristenkrant na zijn passage op de Kick-off van de Global Legal Hackathon aan de KULeuven. 

Bram Vandromme is gespecialiseerd in het omgevingsrecht. Voorlopig bestiert hij zijn kantoor nog in het centrum van Kortrijk, aan de voet van de historische Broeltorens, maar het pand staat te huur: ‘Ik zit hier nu vijf jaar op deze locatie en ben op zoek naar wat verse lucht, eventueel een stek in een co-working setting. Als eenpitter mis ik soms wat mensen rondom mij, ontmoetingen aan de koffiezet (lacht). Maar dat is niet de enige reden. Ik wil ook graag wat meer met andere bedrijven en ondernemers in contact komen, in heel andere sectoren dan de advocatuur.’

Daarmee onderlijnt Vandromme nog eens wat hij eerder in het gesprek al heeft benadrukt: advocaten moeten de deuren opengooien: ‘Waarom niet eens een IT’er aan boord nemen in plaats van nog maar eens een medewerker of stagiair? Of een externe managing partner die het kantoor kritisch kan doorlichten en met een frisse blik kan sturen? Waarom geen brand manager? We leven te veel in ons eigen microklimaat. Zodra we die muren slopen, zullen er veel kansen ontstaan.’  

Perceptieprobleem

Volgens Vandromme laat de advocatuur te veel marktaandeel liggen. ‘Toen ik in 2011 met mijn eigen kantoor begon, waren er ook al berichten over automatisering. Maar wat me echt heeft wakker geschud, is dat heel veel mensen nog steeds geen adequate juridische hulp kunnen vinden en dat we als advocaten te weinig gealarmeerd worden over ons kleine marktaandeel in de juridische dienstverlening. Niet alleen vinden zeven op de tien Belgen bij een geschil nog steeds geen gepaste juridische dienstverlening, bovendien blijkt ook dat advocaten maar een heel klein stukje van de juridische koek in handen hebben. Uit recent Brits onderzoek bleek dat amper vier op tien kmo’s bij een juridisch probleem externe hulp zoeken. Daarvan belandt maar tien procent bij advocaten. Meer dan 60 procent kwam terecht bij accountants of verzekeraars. We zwaaien de plak niet meer op de juridische markt. De vraag is: hoe komt dat? We moeten de klant meer kunnen overtuigen dat advocaten hen effectief kunnen helpen.’

En daar knelt het volgens Vandromme. ‘De perceptie zit niet goed. Uit een recente bevraging van Samconsult uit Nederland bleek dat duidelijk: de advocaat is te duur, er is slechte dienstverlening, het taalgebruik is te moeilijk... Een advocaat is vaak onterecht een laatste optie. Maar die perceptie sluit niet altijd aan bij de realiteit. Strategie zal de sleutel zijn naar de toekomst. Wie is jouw klant? Wat wil die klant? En waar kan ik als advocaat die klant een meerwaarde bieden? Hoe kunnen we die klant een aangename ervaring geven?’

‘Er zijn daarbij tal van kleine of grotere veranderingen die op kantoorniveau het verschil kunnen maken. Het is maatwerk. Ieder kantoor moet die oefening voor zichzelf doen. Innoveren gaat over zoveel meer dan louter technologische toepassingen in huis halen. We moeten de heersende modellen van onze sector in vraag durven stellen. Het verdienmodel bijvoorbeeld, dat in grote mate steunt op ‘billable hours’, een prijsmodel waarbij traag werken beloond wordt. Dat komt steeds meer onder druk te staan. Door de technologische mogelijkheden zal de klant steeds meer verwachten in minder tijd. Ik denk dat die klant niet zal blijven betalen voor het gebrek aan efficiëntie van een advocaat. Wat is de waarde van het document dat wordt opgesteld of een dienst die wordt verleend? Hoeveel tijd eraan wordt gespendeerd, is slechts één van de factoren om de waarde te bepalen. Ik geloof echt dat het werken op uurtarief een van de grootste belemmeringen vormt voor innovatie bij de advocatuur. Zodra je werk naar waarde gaat schatten, ga je redeneren zoals de meeste bedrijven: hoe kan ik mijn werk efficiënter en beter maken? Hoe kan ik méér doen in minder tijd? Wat kunnen we automatiseren? Je gaat op zoek naar quick wins.’

‘We moeten alles in vraag durven stellen: het verdienmodel, de structuur van de organisatie en het proces van hoe een dossier wordt behandeld. Hoe werken we? Hoe kan dat anders? Hoelang spenderen we aan welke opdrachten? Door workflows te automatiseren ontstaat veel data, waarmee je je bedrijfsvoering kunt optimaliseren. Niet voor niets worden legaltechtoepassingen voor praktijkmanagement vaak het meest gefinancierd.’

De roep om oplossingsgericht werken, kostenbeheersing, meer excellentie in, zorg voor en kwaliteit van de dossiers kwam ook naar voor in het verslag over de modernisering van de advocatuur dat Patrick Hofströssler en Patrick Henry aan de minister van Justitie overhandigden. Vandromme blijft voorzichtig in zijn analyse van die voorstellen: ‘Het is een erg waardevol werk. Ik lees vaak een pertinente analyse van waar de problemen liggen, maar ik mis voldoende scherpe voorstellen om die problemen aan te pakken. Het lijkt erop dat het toch wat op eieren lopen was. Ook bekijk ik alles wat vanuit een andere hoek, met de volledige focus op de klant, die volgens mij niet wakker ligt van tal van voorstellen die geformuleerd worden, wat geen afbreuk hoeft te doen aan de noodzaak ervan.’  

Knellende deontologie

Vandromme richtte vanuit zijn drive naar een meer toekomstgerichte advocatuur, samen met Stephane Criel en Pieter Goetghebuer, Future Lawyers Belgium op, dat advocaten wil stimuleren om te innoveren. Het leverde hem enkele schampere opmerkingen uit de hoek van de Orde van Vlaamse Balies op: ‘Dat is jammer, want het is een positief en constructief project. We zijn geen anti-establishment beweging, want we zijn zelf ook heel actief binnen de verschillende baliestructuren. Onze missie is vooral om advocaten te doen nadenken over innovatie, en draagvlak van onderuit creëren voor verandering waar dat nodig blijkt.’ Ziet hij daar dan een rol voor de Orde van Vlaamse Balies zelf? ‘Ik denk dat het niet slecht is dat initiatieven uit de buik van het peloton komen, zo creëer je best draagvlak, maar natuurlijk zou het fijn zijn dat de OVB zoiets stimuleert. Ik zie dat Avocats.be dat met hun Incubateur.legal toch anders aanpakt.’

Waar de OVB zeker een rol zou kunnen spelen is in de modernisering van de deontologie, want die staat volgens Vandromme veel vernieuwing in de weg: ‘Natuurlijk is een deontologisch kader belangrijk, en moet kwaliteitsbewaking voorop staan, maar ik denk dat we het ons als beroepsgroep nodeloos moeilijk maken met de vele honderden artikelen aan deontologische regels, en de beperkingen die daaruit voortvloeien. Zo kunnen we bijvoorbeeld geen samenwerkingen starten met andere beroepsgroepen, of extern kapitaal ophalen. We moeten de vraag durven stellen of alle bestaande deontologische regels wel nodig zijn. Stel: we zetten twintig advocaten samen, geven ze pen en papier, en vragen hen om een deontologische code op te stellen. Wat zou daar uitkomen? Ik ben benieuwd naar het resultaat’ 

Legal tech

Ook legal tech is volgens Vandromme een deel van het verhaal als het over innovatie gaat. ‘Technologie zal de advocaat niet vervangen. Advocaten moeten het gevecht niet aangaan met technologie. Technologie en legal tech zullen de advocaat net versterken, de advocaat van bepaalde eenvoudige taken kunnen ontlasten en meer ruimte bieden om bezig te zijn met waar hij of zij een echte meerwaarde kan bieden: de klant adviseren en helpen.’

‘Bepaalde repetitieve of eenvoudige taken die we vandaag zelf doen, zal technologie in onze plaats kunnen doen. Je moet de kwestie omdraaien: als blijkt dat technologie de advocaat kan vervangen voor een welbepaalde taak, dan biedt de advocaat voor die taak geen meerwaarde. Trouwens, advocaten lijken steeds meer overtuigd van de mogelijkheden van technologie. Uit een recente enquête aan onze balie bleek dat meer dan 60 procent van de advocaten ervan overtuigd is dat 20 tot 30 procent van hun dagtaken vandaag al geautomatiseerd kunnen worden, en 70 procent blijkt ook effectief interesse te hebben in het automatiseren ervan.’

‘Een advocaat zal enige technologische bagage nodig hebben. Technologie in huis brengen is geen doel op zich. Advocaten moeten vooral doen waarvoor ze gestudeerd hebben, maar ze zullen toch wel moeten snappen wat een algoritme is en hoe technologie voor hen relevant kan zijn. Het wordt steeds belangrijker, en het is een hulpmiddel om efficiënter te werken, maar legal tech alleen is geen zaligmakende oplossing om een advocatenkantoor futureproof te maken.’

Als we het over digitalisering hebben, moeten we het ook nog even over Diplad en het verplichte gebruik van DPA-deposit hebben. ‘Ik geloof wel in het verhaal van Diplad. En toch is er weinig draagvlak bij de advocatuur. Diplad zal de advocaten moeten kunnen overtuigen dat het aan hun kant staat. Nu lijkt dat gevoel te ontbreken. Dat ligt ofwel aan de producten, ofwel aan de communicatie. Wat staat er op til? Wat is de échte meerwaarde van DPA deposit? Nog steeds zoeken veel advocaten naar het antwoord. Ik denk dat Diplad de komende jaren een goed communicatieplan nodig zal hebben. De afstand met de basis moet worden verkleind.’  

Open data

Hoe je het draait of keert, de roep om efficiënter te werken hangt ook samen met de gebrekkige en ondergefinanierde werking van de Belgische justitie: ‘Het is voor ons als advocaten on-ge-lofelijk belangrijk dat de modernisering en digitalisering van justitie prioriteit worden. In het Verenigd Koninkrijk is een tijd geleden beslist om 1 miljard pond te investeren in de switch naar een digitale justitie. Ondertussen blijkt dat er via dat programma al heel wat efficiëntiewinsten zijn geboekt.’

‘Bij ons is er nog veel werk aan de winkel. Onlangs heeft de Kamercommissie beslist dat er tegen 1 september 2020 een elektronische databank komt met alle vonnissen en arresten, voor het publiek toegankelijk. Een goede zaak, want we zijn met België de slechtste leerling van de Europese klas als het op online beschikbare rechtspraak aankomt. Het zal de legal tech bedrijven in ons land alvast een boost kunnen geven. Dat zagen we ook in Frankrijk. Ik ben wel benieuwd of ze de timing zullen halen, want gezien het verleden, lijkt me dat snel.’

‘Ik begrijp de weerstand tegen de online publicatie van rechtspraak niet. Kennis uit bijvoorbeeld rechtspraak is niet de meerwaarde van de advocaat, toch? Die ligt binnenkort zo voor het rapen. Trouwens, nu moeten we ons behelpen met beschikbare juridische databanken, waarop we maar moeten vertrouwen dat die alle relevante rechtspraak omvatten. Maar is dat wel zo? Vast staat dat het een selectie is, en dus het risico inhoudt van sturend te zijn. Er is altijd veel te doen rond de grote technologische bedrijven die onze mening, bijvoorbeeld op sociale media, kunnen sturen, maar bij de samenstelling van de juridische databanken stellen we ons blijkbaar heel weinig vragen. Open data kunnen dat oplossen.’

We moeten de heersende modellen van onze sector in vraag durven stellen. Het verdienmodel bijvoorbeeld, dat in grote mate steunt op ‘billable hours’, een prijsmodel waarbij traag werken beloond wordt.