18 oktober 2018

Soms moet je eens aan de boom schudden zodat er appels uitvallen. Ik schreef dit opiniestuk in voorbereiding op het legal tech congres, dat innovatie bij de advocatuur wou stimuleren. 

De baliecafetaria als kloppend hart.

U heeft er zeker wel al van gehoord, van ‘legal tech’. ‘Dat is zo’n moderne term die uit de V.S. komt aangewaaid, zeker?’, zei een ervaren advocaat afgelopen week in de baliecafetaria. Hij wuifde het met veel bravoure weg. Ook de andere confraters aan tafel deden wat lacherig. ‘Het zal toch voor mij niet meer zijn’, zei een ander, want ‘tegen dan ben ik al lang met pensioen!’. Opnieuw hilariteit alom. Kop tussen de schouders droop ik af. Het stemt me triest om te zien hoe onze beroepsgroep haar eigen graf delft. Ben ik dan écht één van de weinigen die er zo over denkt? Het failliet van de advocatuur is wat overdreven natuurlijk, maar de heuse orkaan die op ons beroep afkomt, is onafwendbaar. Het wordt harken om recht te blijven.

Er zijn weinig believers, dat is duidelijk. Morgen gaat het legal tech congres van de OVB (www.legaltechcongres2018.be) door, maar veel advocaten lopen er niet warm voor. De opkomst is niet wat ervan verwacht werd. Of misschien net wel? We lopen allemaal rond met een smartphone op zak, scrollen de godganse dag door onze sociale media, luisteren naar gestreamde muziek via Spotify, maar faxen om 15u30 onze conclusie of tussenkomst naar de griffie van de rechtbank. Groen lachen, dit.

Ikzelf heb in 2017, o wat ben ik vooruitstrevend, beslist om de fax op mijn kantoor zonder meer af te schaffen, met veel ongemakken tot gevolg. Een tussenkomst melden de dag voor de zitting wordt plots zo eenvoudig niet meer, want e-mailen lukt vaak niet. Griffies lijken wat verbaasd als niet het faxnummer, maar het e-mailadres wordt gevraagd. Ook confraters bellen nog: ‘wat is uw faxnummer?’. Nochtans volstaat een e-mail hoor, geen probleem.

Waar overal, in alle sectoren, digitalisering, automatisering en informatisering welig tiert, lijkt bij ons, de advocatuur, en bij uitbreiding in justitie, de motor stevig te sputteren. Wij, advocaten, zijn daar grotendeels ook zélf de oorzaak van. We moeten dat toch stilaan durven inzien.

En waar we dan met DIPLAD pogen te digitaliseren, focussen we misschien op de foute projecten, én veroorzaakt het uitrollen van verplicht te gebruiken platformen zoals DPA, niet geheel onterecht trouwens, héél veel onbegrip bij de advocaten zelf.

Gewillig naar de slachtbank.

We houden het blijkbaar erg graag zoals het is. Van nature uit lijken we verandering eerder te vrezen dan te beminnen. Dit wordt ook soms 'the grand bargain' genoemd. We houden blijkbaar van een status quo. Vervelende problemen of veranderingen met betrekking tot ons beroep, lijken ook vaak van ons af te glijden. Mobiliseren, zelfs al is het maar van achter de computer, blijkt heel moeilijk. Engagement, althans wat onze job betreft, is zeldzaam. Hoe strijdvaardig we meestal zijn om onze klanten te verdedigen, zo makkelijk laten we onszelf naar de slachtbank leiden als het over ons eigen beroep, en dus onze broodwinning, gaat. Op zijn minst opvallend toch.

Het tijdperk van de consument.

We moeten vergeten dat wij vandaag de bakens uitzetten op de juridische markt. Dat lijkt te zijn veranderd, en die verandering zal enkel groter worden. Dit is de tijd van de consument. De consument dirigeert en de advocaat zal moéten volgen. De markt van de juridische diensten wordt al lang niet meer gecontroleerd door enkel advocaten. Er zijn al tal van andere spelers op actief en dat zal vermoedelijk ook alleen maar uitbreiden. Ook technologische bedrijven duiken hier stilaan op. Bijna een vijfde van onze dagtaken, kan vandaag al worden geautomatiseerd, wees onderzoek van de Universiteit van Antwerpen uit. Dat is één dag in de week tijdwinst. Vandaag al. Dan spreken we nog niet over de vele ontwikkelingen die aan een sneltempo onze richting uitkomen. Ver van uw bed? Het zou mij verbazen. Het merendeel van de oudere advocaten dat ik hierover aanspreek, geven grif toe dat de gouden tijden in de advocatuur voor hen al lang voorbij zijn. Nostalgie naar die betere tijden is nooit veraf. Hun centen, die hebben ze vroeger verdiend. Jonge advocaten, vaak na het doorlopen van de stage, stappen dan weer massaal uit. Op zoek naar meer toekomst, hoor je dan vaak, want die zien ze niet meer in de advocatuur. En toch blijven ze wél vaak in de juridische sector werken. Voer tot nadenken.

Deontologie is dood, leve de deontologie!

De deontologische handboeien rond de polsen snijden steeds dieper. Onze deontologische regels zijn niet meer afgestemd op de markt waarop we moeten werken. Ze belemmeren innovatie en investeringen in ons beroep, zodat we zelf aan de slag kunnen met technologische innovatie. Een IT’er en een advocaat kunnen samen geen bedrijf opstarten. Waarom niet? Waarom maken we het onszelf toch in godsnaam zo moeilijk? Weg ermee, zou ik zeggen. Schrap de volledige codex en begin opnieuw. Wat is écht essentieel voor een advocaat? Een wit blad biedt ons de kans om alle ballast overboord te gooien. Laat ons focussen op de essentie.Ook de wijzigingen tot modernisering van ons beroep, bieden geen antwoord op de digitale uitdagingen voor ons beroep. Vergis u niet. Dat de advocaat een kwaliteitslabel moet zijn, daar geloof ik rotsvast in. Het is ondertussen de slagzin van onze balie West-Vlaanderen geworden. Dat de advocaat waarden biedt waarover andere juridische dienstverleners niet beschikken, is ook juist. De vertrouwelijkheid van briefwisseling, ons beroepsgeheim en andere fundamentele deontologische waarden doen ons onderscheiden van de rest. Op de openingszitting van onze balie West-Vlaanderen, wees onze stafhouder nog op onze ‘unique selling proposition’ in de markt. Maar aan de andere kant moeten we openlijk ook de vraag stellen of de consument, onze klant, daar wel wakker van ligt. Ook op het vlak van dienstverlening zal die klant op korte termijn méér van ons verwachten: geautomatiseerde processen, efficiëntiewinsten en snellere analyses van data. En daar zijn we op dit moment hélemaal niet klaar voor. Onze klanten zijn op zoek naar vlotte en efficiënte juridische bijstand, niet naar een advocaat. We gaan pas echt onze waarden kunnen uitspelen als we ook in het innoveren de andere spelers op de markt kunnen bijbenen. Technologie, zoals artificiële intelligentie, kan ervoor zorgen dat wij ons beroep als advocaat een pak kwalitatiever zouden kunnen uitvoeren, met meer aandacht voor onze kerntaken.

Justitie deelt in de brokken. Letterlijk.


Onze deontologie belemmert innovatie in de sector, maar ook de wijze waarop justitie zelf moet werken, doet dat. Maar schiet niet op de pianist, onze justitie moet dag in dag uit een marathon lopen op één been: geen centen of middelen, een schrijnend tekort aan mensen, geen digitalisering en vaak geen degelijke infrastructuur. De instorting van het plafond van de griffie van het Hof van Cassatie bij de start van het gerechtelijk jaar kon tellen qua symboliek. In het dorp van Astérix en Obélix hadden de Galliërs alvast maar angst van één ding: dat de hemel op hun hoofd zou vallen. Wel, we zijn zover wat justitie betreft.

Ik krijg de wachttijden voor een zitting op de rechtbanken alvast niet meer aan de straatstenen verkocht. U wel? Of nog beter: een ambtshalve uitstel met twaalf maanden van een pleitzitting wegens gebrek aan bezetting. Krijg dat maar eens uitgelegd aan uw cliënt die jarenlang moet wachten op een finaal verdict. Gelukkig dat ik persoonlijk vooral op de administratieve rechtscolleges vertoef, of ik had de handdoek, of toga, vermoedelijk ook al lang gegooid. En de kers op de justitietaart? Geen open data. Amper een halve procent, u leest het goed, van de Belgische rechtspraak is online consulteerbaar. Niet alleen zijn we daarmee een van de grootste schlemielen van Europa, maar bovendien belemmert dit ongemeen hard technologische innovatie voor ons beroep. Zonder open data geen artificiële intelligentie. Rechtspraak moet open consulteerbaar zijn voor iedereen. Ook wij als advocaten zouden er stevig bij gebaat zijn alle rechtspraak te kunnen consulteren die we nodig achten. Nu moeten we daarvoor abonnementen nemen bij allerlei juridische databanken, die zelf ook niet over alle rechtspraak beschikken, misschien zelfs relevante rechtspraak missen en waarvan trouwens de vraag kan worden gesteld hoe zij wél aan deze rechtspraak komen.

Gelukkig is er koffie.


En wat doen wij, advocaten? Mokken in de cafetaria tegen elkaar, zeggen dat het allemaal zo niet verder kan, maar ook dat het waarschijnlijk allemaal zo’n vaart niet zal lopen, onze koffie uitdrinken en hop, naar kantoor om verder conclusies te schrijven. Moeten we ons als beroepsgroep niet wat strijdvaardiger opstellen? De mouwen opstropen? Natuurlijk wel. We moeten de technologische vooruitgang als onze vriend beschouwen. Ik ben benieuwd hoeveel kruisvaarders morgen in Brussel zullen rondlopen.

Bram Vandromme. Advocaat aan de Balie van West -Vlaanderen en lid van de raad van de Orde. www.bramvandromme.be

Waar overal, in alle sectoren, digitalisering, automatisering en informatisering welig tiert, lijkt bij ons, de advocatuur, en bij uitbreiding in justitie, de motor stevig te sputteren. Wij, advocaten, zijn daar grotendeels ook zélf de oorzaak van. We moeten dat toch stilaan durven inzien.