16 februari 2018

De sloopinventaris wordt binnenkort vervangen door het sloopopvolgingsplan. Zijn er verschillen?

Net voor de jaarwisseling tussen 2017 en 2018 keurde de Vlaamse regering definitief diverse wijzigingen in het Vlarea goed.[1] Eén van deze wijzigingen, was de sloopinventaris vervangen door het sloopopvolgingsplan. De verplichtingen die hieraan gekoppeld zijn, treden in werking drie maanden na de inwerkingtreding van de wijzigingen[2]. Deze datum staat nog niet vast, want het BVR is nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.  

De tekst kan u hier raadplegen:

https://www.vlaanderen.be/nl/nbwa-news-message-document/document/090135578021317a  

Het is belangrijk dat we de kwaliteit van steenpuin controleren.Al te vaak blijkt dezen, bij sloopwerken, bijvoorbeeld asbesthoudend te zijn en moet dus gereinigd worden alvorens tot hergebruik kan worden overgegaan.

Het sloopopvolgingsplan zal noodzakelijk[3] zijn voor sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken waarvoor een omgevingsvergunning nodig is als:

  • het totale bouwvolume groter is dan 1000 m³ voor alle niet – residentiële gebouwen, waarop de vergunning betrekking heeft.
  • het totale bouwvolume groter is dan 5000 m³ voor alle in hoofdzaak residentiële gebouwen, met uitzondering van eengezinswoningen waarop de vergunning betrekking heeft.
  • Het infrastructuurwerken betreft;
  • Het onderhoudswerken aan infrastructuur betreft waarvan het volume groter is dan 250 m³.

Het toepassingsgebied van het sloopopvolgingsplan is dus een pak ruimer dan bij de sloopinventaris.

De RVS gaf in zijn advies van 15 december 2017 aan dat voor deze verschillende drempels best een verantwoording voorhanden was in het licht van het gelijkheidsbeginsel.De motivatie die de Vlaamse regering hiervoor gaf luidt: 

‘De verschillende drempels zijn noodzakelijk omdat veel grote residentiële gebouwen meerdere appartementen omvatten met verschillende eigenaars. Het bouwvolume per appartement is vaak kleiner dan 1000 m³. De kosten en baten van het opstellen van een sloopopvolgingsplan zijn dus moeilijk eenduidig te bepalen. Bij zeer grote residentiële gebouwen vanaf 5000 m³ bestaat de zekerheid dat het opstellen van een sloopopvolgingsplan een meerwaarde biedt.’ 

Of dit zal volstaan, moet worden afgewacht. 

Het sloopopvolgingsplan moet worden opgesteld in opdracht van de vergunningsaanvrager en moet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de sloopinventaris, deel uitmaken van (onder meer) het aanvraagdossier, maar ook bij de contracten die worden afgesloten met het oog op de werken. Het bevat de identificatie van de werf met daarbij een overzicht van alle afvalstoffen die bij de werken zullen vrijkomen.  

De uitvoerder van de werken zal alle kopieën van de identificatieformulieren en afgiftebewijzen van de afgevoerde afvalstoffen voor de oplevering van de werken aan de vergunningshouder moeten overhandigen.[4]

Contacteer ons gerust bij verdere vragen.


[1] BVR van 22 december 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het BVR van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (nog niet gepubliceerd)

[2] Artikel 70 van het BVR van 22 december 2017

[3] Nieuw artikel 4.3.3. §1 Vlarea.

[4] Nieuw artikel 4.3.3. §4 Vlarea.

Het sloopopvolgingsplan als opvolger voor de sloopinventaris