04 mei 2018

Op 12 maart 2018 keurde de gemeenteraad van Kortrijk unaniem de oprichting van een Kortrijkse beeldkwaliteitskamer goed als onderdeel van het beeldkwaliteitsbeleid van de stad. Maar wat is de rol van zo'n kamer binnen de vergunningsprocedure? Of welke rol kan ze krijgen? En wat met het 'beeldbeleidsplan?'

De oprichting van de beeldkwaliteitskader kadert in een beleidsplan 'beeldkwaliteit' van de stad dat bestaat uit de opmaak van een beeldkwaliteitsplan (BKP), een herwaardering van de inventaris bouwkundig erfgoed en de oprichting van een beeldkwaliteitskamer (BKK).

Meer informatie hieromtrent vindt u hier terug in de notulen van de gemeenteraad van 12 maart 2018 (zie punt 19 2018_GR_00073).

Het Beeldkwaliteitsplan.

Eerst en vooral lijkt de stad van het Beeldkwaliteitsplan een 'bindend beleidskader' te willen maken dat een aanvulling vormt op de stedenbouwkundige verordening van de stad en ook ter vervanging van het gabarietenplan van de stad.

Beeldkwaliteitsplannen zijn niet nieuw. Ook Anzegem beschikt bijvoorbeeld al enige tijd over dergelijk plan.

Het Beeldkwaliteitsplan zelf lijkt nog niet goedgekeurd en ook nog niet beschikbaar. 

Een Beeldkwaliteitskamer.

Verder wil de stad van de Beeldkwaliteitskamer een 'adviesorgaan' maken dat rechtstreeks rapporteert aan het College van Burgemeester en Schepenen en deel uit maakt van de vergunningsprocedure.Het advies wordt als niet bindend omschreven in de statuten. De opstart en oprichting van deze Kamer werd ondertussen wel al goedgekeurd.

Deze beeldkwaliteitskamer moet het gesprek aangaan met initiatiefnemers en daarbij aan de ene kant waken over het aanwezige erfgoed, en aan de andere kant ook ruimte bieden aan creatieve hedendaagse architectuur.

Advies is niet in elk dossier nodig, zo blijkt, maar de criteria wanneer dit wel/niet nodig zou zijn, zijn toch eerder vaag.  Zo is er sprake van dat projecten met een 'stadsbeeldgevoelige context', een 'signaalwaarde', een 'bijzondere invloed op een beschermd straatbeeld' of 'gemotiveerd afwijken van de ontwerpcriteria van een zone-fiche' (die gekoppeld is aan het Beeldkwaliteitsplan). Van de criteria die bepaald worden, kan de Kamer dan zelf weer afwijken als het van oordeel is dat een bespreking 'weinig zinvol is'.

Het advies kan worden ingewonnen vooraf aan een vergunningsaanvraag. Dan voegt de architect een motivatienota toe hoe werd omgegaan met het advies.  Bij een uiteindelijk ingediende aanvraag wordt het advies toegevoegd aan de adviezen van alle diensten en zo ook overgemaakt aan het college die dan een finale beslissing neemt.

Op dit moment is de BKK nog niet definitief samengesteld, maar draait het proef tot na de verkiezingen. De bedoeling is om ook externe deskundigen aan te stellen, waarvoor een oproep zal gebeuren. Op dit moment zijn de externen er dus nog niet. De bevoegde schepen zit de Kwaliteitskamer voor, maar zonder stemrecht. De gemeentelijke omgevingsambtenaar maakt ook deel uit van de Kamer en moet tevens secretaris worden.

Welke rol gaat kunnen de kamer en het plan in de praktijk spelen? Of mogen ze spelen? 

De wens van de stad om de beeldkwaliteit te beoordelen, is zeker legitiem. Beeldkwaliteit kan zowel een rol spelen in stedenbouwkundige voorschriften, als in de beoordeling van de verenigbaarheid van een aanvraag met de goede ruimtelijke ordening (onder meer ook via beleidsmatig gewenste ontwikkelingen). 

Alleen stelt zich de vraag of de wijze waarop de beeldkwaliteit in Kortrijk in de aanvraagprocedure zal worden betrokken, ook de meest aangewezen manier is. 

Wat het Beeldkwaliteitsplan betreft, zou dit een aanvulling vormen op de algemene stedenbouwkundige verordening van de stad Kortrijk (BS 16 april 2013). 

Het is op dit moment nog niet geheel duidelijk of de stad hiervoor ook de correcte procedure volgt conform artikel 2.3.2. §2 VCRO, die eigenlijk geen eenvoudige wijzigingsprocedure omvat. Ook artikel 7.4.4./1 VCRO zal hier geen oplossing voor bieden.

Het zal ook belangrijk zijn na te gaan welke voorschriften/voorwaarden er gekoppeld zullen worden aan dit plan, die mogelijk ook de contouren zullen vormen voor de adviesverlening.

Hoe dan lijkt het aangewezen om bij de opmaak van het Beeldkwaliteitsplan op te passen voor beleidsplannen 'sui generis' zoals in Kortrijk ook het 'Ontwikkelingskader Leieboorden' (ook goedgekeurd door de gemeenteraad) wordt toegepast. 

De Deputatie gaf hierover (als beroepsoverheid) al eerder aan dat 'het ontwikkelingskader nog niet vertaald werd in een RUP en bijgevolg op zich geen verordenende voorschriften bevat. Toch geeft dit ontwikkelingskader aan wat de gewenste toekomstige ontwikkeling is en maakt dit om die reden ook deel uit van de beoordeling van de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening.'

Hierdoor is er weinig duidelijkheid over het al dan niet bindende karakter van de krijtlijnen die erin staan. Dat is voor de rechstzekerheid, zowel van de omwonenden als de aanvrager zelf, eigenlijk geen goede zaak. De kans bestaat dan immers dat regels enkel worden toegepast, als de stad dat zelf ook wenst, of net niet wenst.

Een opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan, of voldoende stringente regels in de gemeentelijke verordening, genieten de voorkeur.

Wat het advies van de Beeldkwaliteitskamer betreft, stelt zich de vraag welke rol deze adviesinstantie kan en mag spelen in de praktijk en volgens de vigerende regelgeving.

Dat de stad toch van plan is stevig gewicht te geven aan het advies, blijkt meteen al uit het eerste persbericht dat gisteren verscheen (zie ook in de krant) waarin staat:

'Over een eerste dergelijke vergunningsaanvraag heeft de beeldkwaliteitskamer zich ondertussen uitgesproken. Het betrokken project ligt dan ook op een zeer zichtbare locatie aan de oude Vismarkt langs de Kasteelkaai. Het bestaande pand is ook opgenomen op de inventaris bouwkundig erfgoed, waardoor een vervangingsbouw enkel mogelijk is indien het een meerwaarde is voor de site en de omgeving.

Het project omvatte een 8-tal appartementen, met parkeerplaatsen en een beperkte commerciële ruimte op het gelijkvloers. De aanvraag hield een afbraak in van het inventarispand en een nieuwbouw van zes bouwlagen.

Ondanks het gevoerde overlegtraject, was de beeldkwaliteitskamer van oordeel dat het eindresultaat een onvoldoende weerslag was van de besprekingen en de gestelde randvoorwaarden. Het project houdt onvoldoende rekening met het potentieel van de site en biedt dus onvoldoende meerwaarde voor de omgeving. Deze uitzonderlijke site, van ver en vanuit diverse hoeken zichtbaar in de stad, vraagt een uitzonderlijk antwoord. Het college van burgemeester en schepenen volgde dit advies en de vergunning is dus geweigerd.'

Ook het gegeven dat de bevoegde schepen, mee onderdeel van het college dat uiteindelijk over de aanvraag moet beslissen, meeschuift aan de tafel van de Kamer als voorzitter, lijkt mij, louter vanuit zijn of haar functie navolgend, helemaal geen goede zaak.
Ook al is er geen stemrecht.

De verhouding met de bevoegdheid van de gemeentelijke omgevingsambtenaar, die onafhankelijk en neutraal moet kunnen optreden en advies verlenen (zie artikel 9 en 29 Omgevingsvergunningsdecreet), lijkt ook wat zoek. Kan deze ambtenaar bij zijn later advies zélf afwijken van het advies van de Kamer (waarvan hij zelf onderdeel van uitmaakt)? Komt zijn neutraliteit en onafhankelijkheid dan niet in het gedrang? En is een en ander verenigbaar met artikel 35 §2 Omgevingsbesluit?

En zal het advies verplicht deel moeten uitmaken van een aanvraag? Zal het advies deel uitmaken van het openbaar onderzoek? Zal het worden overgemaakt aan andere adviserende instanties? En welke rol zal dit advies spelen bij administratief beroep?

Er blijven nog veel vragen, maar dat beeldkwaliteit belangrijk is bij vergunningsprocedures zal niemand ontkennen.




Het is maar de vraag of de wijze waarop de beeldkwaliteit 'geïntegreerd' wordt in de vergunningsprocedure in Kortrijk, de meest aangewezen wijze is.