10 december 2017

De laatste tijd wordt weer regelmatig bericht over de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid van de afbraak of reiniging van asbesthoudend materiaal.

Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Omgevingsrecht en Omgevingsbeleid van Vanden Broele uitgeverij (TOO 2017/3, pagina 350 e.v. als noot onder een arrest van het hof van beroep van Gent van 8 september 2016.

Onze omgeving zit vol met asbesthoudend materiaal. Asbest komt echt overal voor: in onze woningen, onze tuinhuizen en koterijen, in scholen, werkplaatsen en bedrijfsgebouwen, en in tal van openbare gebouwen. We gaan er soms van uit dat, sinds het verbod opet gebruik en het op de markt brengen ervan, dat in werking trad op 1 januari 2002,asbest min of meer verdwenen moet zijn uit ons milieu, maar dat klopt natuurlijk niet. Volgens ruwe schattingen van de OVAM zou er heden zelfs nog sprake zijn van bijna 4 miljoen ton (!) asbest in ons leefmilieu.

Een minerale vezel

‘Asbest’ is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen (silicaten) die opgebouwd zijn uit fijne en microscopisch kleine vezels. Er zijn verschillende soorten asbestmineralen. Zo bestaat ‘chrysotiel’ (wit asbest), maar ook ‘crocidoliet’ (blauw asbest), ‘amosiet’ (bruin asbest) of nog ‘tremoliet’ (grijs asbest). Het zijn vooral chrysotiel, crocidoliet en amosiet die werden aangewend in allerhande bouwtechnische toepassingen.

Het risico schuilt bij asbest vooral in het inademen van de vezels, die overigens niet met het oog waarneembaar zijn. Asbestvezels kunnen splitsen in minuscule kleine(ere) vezels die in de lucht terecht komen en zo ook worden ingeademd. Deze vezels dringen diep in de longen door en kunnen tal van ernstige ziektes veroorzaken zoals asbestose (bindweefselvorming rond asbestvezels in het longweefsel zodat zuurstofuitwisseling moeilijker verloopt), longkanker of een mesothelioom (een zeldzame vorm van kanker aan het long- of buikvlies). Typisch bij asbestaandoeningen is de lange latentietijd die gemiddeld tientallen jaren kan bedragen en ook afhankelijk is van de dosis en de blootstellingsperiode. Dit maakt dat het gevaar van asbest niet alleen soms, onterecht, wordt gerelativeerd, maar ook erg vaak wordt onderschat. In 2015 trok het Europees Economisch en Sociaal Comité alvast aan de alarmbel: er wordt gevreesd dat asbest in Europa binnenkort voor 47.000 doden per jaar zal zorgen, wat maar liefst 50 procent meer is dan initieel verwacht en dubbel zoveel als er verkeersslachtoffers zijn.[1]    

Regels genoeg

Werknemers behoeden voor asbest wordt federaal geregeld.[2] Alles wat buiten het dienstverband valt, is echter een gewestelijke aangelegenheid. Handelingen met asbest worden in hoofdzaak gevat door het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (kortweg Vlarem II). Voor ingedeelde[3] activiteiten wordt de beheersing van asbest bepaald door de artikelen 4.7.0.1 tot en met 4.7.0.3 Vlarem II die als algemene milieuvoorwaarden voor alle ingedeelde inrichtingen van toepassing zijn. Voor inrichtingen die asbestmateriaal opslaan of behandelen zijn uiteraard ook sectorale milieuvoorwaarden van toepassing. Zo moet asbesthoudend afval op een containerpark worden gescheiden van de rest van het bouw- en sloopafval en mag geen enkele bewerking −behoudens het sorteren ervan− worden uitgevoerd.[4] Ook voor stortplaatsen zijn specifieke beschermingsregels van toepassing.[5]

Voor niet ingedeelde handelingen of activiteiten zijn eveneens bepalingen opgenomen in Vlarem II. Onder hoofdstuk 6.4 Vlarem II is in artikel 6.4.0.1 bepaald hoe bijvoorbeeld particulieren omzichtig met asbest moeten omgaan.

Er bestaat in onze regelgeving momenteel echter geen verplichting of visie om toegepaste asbesthoudende materialen verplicht te verwijderen voor ze einde levensduur zijn. Dit houdt natuurlijk het risico in dat ze, onder meer door particulieren, nog ‘onderhouden’ worden.

Zo ook in het hierbij besproken arrest van het hof van beroep van Gent. De partijen in het geding zijn buren in een halfopen bebouwing, en één van de beide gezinnen laat hun dak met een hogedrukreiniger afspuiten. Daarbij zijn volgens de buren asbestdeeltjes vrijgekomen waarvoor zij schadevergoeding vorderen.    

‘Wetens en willens’

Het hof van beroep koppelt in het arrest terug naar artikel 6.4.0.1 Vlarem II dat onder §5 een verbod bevat op het gebruik van, bijvoorbeeld, hogedrukreinigers voor het schoonmaken van asbesthoudend materiaal zoals dakleien, wat dus in casu is gebeurd. Deze door de regelgeving verboden handeling maakt volgens het hof een fout uit die, indien hierdoor ook schade werd berokkend, kan leiden tot de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van diegene die de inbreuk heeft gepleegd. Enige bijkomende voorwaarde is volgens het hof dat de overtreding ook wetens en willens moet zijn begaan en dat er geen grond tot uitsluiting van aansprakelijkheid voorhanden is. De schoonmakende buren wasten hun handen in onschuld door te stellen dat ze niet wisten dat de dakleien asbest konden bevatten, maar het hof volgt deze redenering niet. Het hof stelt in het arrest dat de loutere bewering geen kennis te hebben van de aanwezigheid van asbest, niet voldoende kan zijn om tot uitsluiting van aansprakelijkheid te besluiten. Een onoverkomelijke dwaling wordt in dit geschil volgens het hof niet aangetoond, en in het arrest wordt er ook nog op gewezen dat de overtreders zich konden laten informeren alvorens aan de kwestieuze werken te beginnen.    

Schadebeperkingsplicht

Aangezien niet betwist kon worden dat er asbestdeeltjes zijn teruggevonden op het perceel van de aanpalende buren, wordt ook het oorzakelijk verband tussen de schoonmaakwerken van de dakleien en het aantreffen van de asbestdeeltjes aanvaard. Wel is het hof streng bij de beoordeling van de omvang van de schade die deze buren uiteindelijk hebben geleden. Niet alleen blijkt de asbestvervuiling ondertussen zo goed als ongedaan gemaakt, maar bovendien wijst het hof ook uitdrukkelijk op de schadebeperkingsplicht van de schadelijdende partijen. Zo wordt erop gewezen dat die laatsten toch al veel sneller tot sanering van hun perceel hadden kunnen overgaan.

De buren eisten een morele schadevergoeding van 30.000 € maar krijgen uiteindelijk slechts 250 € ten titel van ‘morele kosten’ toebedeeld. De onderzoekskosten van het staal van de grond en ook het voorbehoud voor toekomstige gezondheidsschade worden door het hof verder wel aanvaard. Alle overige vorderingen, zoals de beweerde economische minwaarde van de woning en zelfs het herstel van de tuin na de asbestverontreiniging, worden afgewezen omdat er geen relevante bewijzen worden voorgelegd.    

Asbestvrij Vlaanderen 2040

Om situaties zoals in het voorliggende geschil te vermijden, is er eigenlijk maar één goede oplossing: alle asbestmaterialen verwijderen en vervangen. Dit is echter een werk van erg lange adem gezien de omvang van ons asbestpassief.

Op 24 oktober 2014 gaf de Vlaamse regering alvast wel haar principiële goedkeuring aan de uitvoering en de coördinatie door de OVAM van een asbestafbouwbeleid in Vlaanderen. Het zou de bedoeling zijn dat, na een grondige studieronde door de OVAM, in 2018 een asbestafbouwplan ter goedkeuring aan de Vlaamse regering zou worden voorgelegd. De streefdatum als beleidsdoelstelling voor de realisatie van het asbestafbouwbeleid wordt in 2040 gefixeerd.

Het is nog afwachten welke maatregelen zullen worden genomen in het kader van deze beleidsplannen. In Nederland zijn alvast vanaf 2024 asbestdaken verboden, en er is daarvoor sinds 1 januari 2016 ook een subsidieregeling voorzien[6].

Dat tal van acties nodig zullen zijn, staat vast. Zo werkt de Vlaamse overheid op dit ogenblik aan een ‘woningpas’,[7] en ook een asbestinventaris zou daarbij verplicht worden[8]. Ook blijkt de OVAM op zoek naar technische mogelijkheden om de vezelstructuur van asbest te vernietigen, het materiaal mogelijk zelfs terug bruikbaar te maken, en zo te voorkomen dat het moet worden gestort. De twee potentiële technieken (vitrificatie en denaturatie) berusten beiden op het principe van een thermische behandeling.[9]  

Het is uitkijken naar het uiteindelijke plan dat tot een asbestvrij Vlaanderen zou moeten leiden in 2040. Misschien mag de vooropgestelde streefdatum wel nog wat ambitieuzer?  

[1] http://www.eesc.europa.eu/news-media/press-releases/european-committees-raise-alarm-europes-silent-epidemic-asbestos-related-deaths-predicted-double-those-road-deaths#downloads.

[2] Zie bijvoorbeeld Boek VI, Titel 3 van de Codex over het Welzijn op het Werk (BS 2 juni 2017).

[3] Zie daarvoor artikel 5.2.1 DABM en de indelingslijst gevoegd als bijlage I bij VLAREM II.

[4] Artikel 5.2.2.1.3 §3 of artikel 5.2.2.4.3 Vlarem II.

[5] Artikel 5.2.4.1.9 of artikel 5.2.4.1.10 Vlarem II.

[6] https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/subsidieregeling-verwijderen-asbestdaken/voorwaarden-subsidieregeling-verwijderen-asbestdaken.

[7] https://www.ruimtelijkeordening.be/woningpas.

[8] Zie ‘Asbestinventaris verplicht bij verkoop van woning’, De Morgen 8 februari 2017.

[9] Een eerste studie hierover is beschikbaar op de website van de OVAM: https://www.ovam.be/sites/defa....

OVAM wil asbest volledig de wereld –of toch minstens Vlaanderen− uit. Maar is dat wel haalbaar?