29 november 2017

De 'codextrein', languit 'het decreet houdende diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving', is vandaag in het Vlaams parlement goedgekeurd. Het is een heuse goederentrein geworden, tjokvol nieuwigheden.

Het parlementair dossier (stuk 1149, 2016-2017) kan hier worden geraadpleegd. Het ontwerp van decreet werd op 4 mei 2017 ingediend bij het parlement. Nadien werden er maar liefst 98 amendementen geformuleerd, waarvan de meesten ook werden aangenomen. Dit maakt dat de ontwerptekst en de uiteindelijke goedgekeurde tekst ook grondig verschillen. De teksten werden twee maal behandeld door de bevoegde commissie en er werd ook tot twee maal toe advies gevraagd bij de Raad van State. De opmerkingen van de Raad van State (zie hier en hier) werden alvast niet steeds ter harte genomen, zo blijkt uit de uiteindelijk goedgekeurde tekst.

Een beperkte greep uit de vele wijzigingen die zullen worden doorgevoerd:

-De basis is gelegd voor een volledig vernieuwd systeem van beleidsplanning. Ruimtelijke beleidsplannen komen in de plaats van ruimtelijke structuurplannen en dit op zowel gewestelijk, provinciaal als gemeentelijk niveau. Deze decreetswijzigingen moeten alvast het decretaal kader scheppen voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

Een ruimtelijk beleidsplan bestaat uit een strategische visie en beleidskaders die samen de gewenste ruimtelijke ontwikkeling moeten weergeven. Geen enkel onderdeel van de beleidsplannen zal verordenende kracht hebben.

-Er komen tal van wijzigingen die komaf moeten kunnen maken met verouderde verordende voorschriften (stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften). Dit zou het ruimtelijk rendement moeten verhogen.

  • er komt een vereenvoudiging van de procedure tot wijziging van verkavelingsvoorschriften voor een eigenaar van een kavel. De verplichting tot het voorafgaand aangetekend aanschrijven van alle eigenaars vervalt.
  • Op initiatief van de gemeente zal het herzien of opheffen van verkavelingen, meer dan 15 jaar na afgifte ervan, voor het niet vervallen gedeelte, eenvoudiger worden.
  • Zowel verkavelingsvoorschriften als voorschriften van een BPA, die ouder zijn van 15 jaar op het ogenblik van het indienen van een aanvraag, vormen niet langer een weigeringsgrond voor de aanvraag van stedenbouwkundige handelingen. Uiteraard kunnen de voorschriften nog steeds worden nageleefd, wat tot procedurele voordelen kan leiden. Voorschriften m.b.t. openbare wegenis of openbaar groen blijven bij uitzondering steevast een weigeringsgrond, ook als ze ouder zijn dan 15 jaar.
  • Voor gemeenten zal het makkelijker worden om inrichtingsvoorschriften in een bijzonder plan van aanleg, algemeen plan van aanleg of een gemeentelijk RUP aan te passen. Het betreft een procedure naar analogie van de procedure tot het wijzigen van verkavelingsvoorschriften. Op heden dient, tot aanpassing van verordenende voorschriften, steevast een ruimtelijk uitvoeringsplan te worden opgemaakt. Deze vereenvoudigde procedure geldt dus niet voor bestemmingsvoorschriften en ook niet voor provinciale of gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.
  • Het afsplitsen van een stuk van een (groot) perceel wordt makkelijker. Voortaan wordt 'verkavelen' gedefinieerd als 'een grond vrijwillig verdelen in twee of meer onbebouwde kavels (...)'. Concreet betekent dit aldus dat een stuk van uw perceel afsplitsen voor één onbebouwde kavel, niet langer als 'verkavelen' wordt beschouwd.

-Een aanpassing van de omschrijving van de goede ruimtelijke ordening. In artikel 4.3.1. §2 VCRO wordt omschreven wat de beginselen zijn waarop een beoordeling van het aangevraagde met de goede ruimtelijke ordening moet gebaseerd zijn. Op heden wordt in 2° van dit artikel gesteld dat rekening moet worden gehouden met de bestaande toestand maar ook de mogelijkheid bestaat rekening te houden met beleidsmatig gewenste ontwikkelingen. Welnu, op heden wordt daaraan toegevoegd dat ook de mogelijkheid bestaat om voortaan, naast deze bestaande elementen, ook rekening te houden met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement.

-Het as-builtattest werd gereanimeerd, maar werd wakker met een geheel andere identiteit. De decreetgever koos ervoor om het as-built attest in te vullen als een soort 'carpass' voor woningen. Als voor de handelingen een tussenkomst van een architect vereist is, kan die architect op verzoek van de opdrachtgever (dus niét verplicht) een as-builtattest opstellen waarin wordt aangeduid dat de vergunning (al dan niet) gecombineerd werd met niet-vergunningsplichtige, vrijgestelde of meldingsplichtige werken (binnenin gebouwen) en dat bij het uitvoeren van de werken voldaan is aan de principes van het 'metsershaar' (d.i. een technische tolerantiemarge bij het bouwproces). Het is nog even zoeken wat de juridische relevantie moet worden van dit as-builtattest.

-Er komt een cartografische aanduiding door de Vlaamse regering van watergevoelig openruimtegebied. Dit moet zorgen voor het vrijwaren van het noodzakelijk waterbergend vermogen en dus een juridisch kader bieden voor dit bewarend beleid. Het betreft percelen waarbij de realisatie van de bestemming conflicteren met de belangen van het watersysteem. Bij aanduiding is er een beduidende beperking van mogelijke stedenbouwkundige handelingen op dit perceel, vervallen ook onbebouwde kavels in een niet - vervallen verkavelingsvergunning en vervalt ook het principieel akkoord voor het realiseren van woonuitbreidingsgebied. Er komt hiervoor een vergoedingssysteem dat vergelijkbaar is met de planschaderegeling. Opvallend is evenwel dat de Vlaamse regering zich nog kan 'bedenken' op het ogenblik dat een stevige planschade wordt gevorderd. Hiervoor werd een opheffingsprocedure voorzien.

Nog dit: de opname in watergevoelig openruimtegebied is tevens opgenomen in de informatieverplichtingen bij verkoop van een perceel en/of woning.

-De beroepsmogelijkheden tijdens het omgevingsvergunningstraject worden stevig aangepast. Immers, de toegang tot beroep zal worden beperkt voor diegene die tijdens het openbaar onderzoek een 'gemotiveerd' bezwaar indient. Wat als 'gemotiveerd' moet worden beschouwd, wordt niet gedefinieerd. Indien u geen bezwaar indiende, kan u alsnog een beroep instellen bij wijziging van een aanvraag na openbaar onderzoek, als uw beroep is ingegeven door opgelegde voorwaarden of bij overmacht (de 'u bent op reis' situatie).

Velen, waaronder ook de Raad van State (zie hoger), hebben ernstige bedenkingen bij deze beperking die wordt opgelegd. De vraag stelt zich in welke mate de beperking te rijmen valt met artikel 9 van het Verdrag van Aarhus dat een ruime toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden voorziet. Diverse belangenorganisaties kondigden nu reeds aan dat zij het Grondwettelijk Hof zullen vatten om de beroepsbeperking te betwisten. Zie bijvoorbeeld.

-Er werd duidelijk geanticipeerd op de beoordeling van de verenigbaarheid van een project in landschappelijk waardevol agrarisch gebied door zowel de Raad voor Vergunningsbetwistingen als de Raad van State, waarbij de esthetische toets een groot belang wordt toegedicht. Vanaf nu is decretaal voorzien dat voorwaarden tot landschapsintegratie, zoals een groenscherm of groenplan, niet mogen worden aanzien als het in het gevaar brengen van het landschap of aantasten ervan.

-Er werd uiteindelijk, hoewel in het ontwerp van decreet opgenomen, geen boetesysteem voorzien voor het overschrijden van de beslissingstermijnen, die als vervaltermijnen gelden. Hier blijft problematisch dat een stilzwijgende afwijzingsbeslissing van het administratief beroep mogelijk is. Echter, het Grondwettelijk Hof achtte deze stilzwijgende beslissing niet in strijd met de Grondwet. Het arrest hierover blijft interessant leesvoer.

-Er werd beslist tot uitstel van integratie van de socio - economische vergunning in de omgevingsvergunning. Bij amendement nr. 97 werd op 7 november 2017 plots een wit konijn uit de hoed getoverd met betrekking tot de kleinhandelsactiviteiten. Immers, op basis van het Decreet Integraal Handelsvestigingenbeleid was het de bedoeling dat de integratie van de socio - economische vergunning, voor kleinhandelsactiviteiten, vanaf 1 januari 2018 zou geïntegreerd worden in de omgevingsvergunning, die tevens op diezelfde datum voor zo goed als alle gemeenten in werking treedt. Aangezien de codextrein evenwel vertraging opliep onderweg, zullen niet alle regelgevende werkzaamheden tijdig kunnen worden uitgevoerd tegen 1 januari 2018 en wordt aldus de datum van de integratie uitgesteld tot een nader door de Vlaamse regering te bepalen datum.

Voor meer informatie over deze of andere wijzigingen, kan u steeds bij ons terecht.

Vanaf nu wordt een bezwaar indienen uw toegangsticket tot het verder verloop van een vergunningstraject. Hou dus de aanplakkingen in uw buurt maar in het oog!